Het regent verrassingen in Vilnius
Vandaag is het de laatste dag voor vertrek. Nederland wacht weer. Op deze laatste volledige dag in Vilnius, wil je nog een keer de stad in, snel nog wat inkopen doen. Je verwacht niets bijzonders meer deze dag, dat heb je wel gehad. Denk je. Je maakte een fatale brand mee, hebt interessante personen gesproken, mooie dingen gezien. Maar nee hoor, ook deze maandag heeft verrassingen in petto.
Rond een uur of twee gaan Roland, Matthias en ik naar het oude centrum van Vilnius om nog wat souvenirs in te slaan. Ik doe een sweater over mijn shirt heen, ik vind het maar frisjes. Roland besluit echter gewoon in zijn zomerse outfit de stad in te gaan. Ik heb al snel spijt van mijn beslissing. Het zonnetje schijnt flink en ik krijg het al snel te warm. Roland en Matthias kopen wat souvenirtjes, en we drinken wat op een terrasje. Boven Vilnius verschijnen dan al donkere wolken. We willen daarom snel terug naar onze appartement.
Matthias bedenkt zich, hij wil toch nog naar dat ene souvenirwinkeltje in een steegje. Het is onze redding. Pluvius zet zijn sluizen wijd open, waardoor het centrum van Vilnius verandert in de Rio Grande. Straten veranderen in wildwaterbanen, de kinderkopjes verzuipen en laten los, een duif vecht tegen de verdrinkingsdood. Dit is geen goede reclame voor Litouwen, een dag voordat koningin Beatrix het land bezoekt.
De verkoopster van het winkeltje waar we schuilen, vertelt ons dat ze gaat sluiten en adviseert ons naar een cafeetje te sprinten. In het cafeetje vergapen we ons aan mensen die op blote voeten het noodweer trotseren. Af en toe komt een kartonnen bord voorbijdrijven. We vrezen voor het terrastafeltje en de stoelen buiten het cafxe9. Na een half uur zondvloed, klaart het eindelijk op.
Met een biertje in de hand, maken we de schade op. Die valt eigenlijk wel mee. Het water verdwijnt net zo snel als het kwam. Mensen komen weer tevoorschijn, ook de zwervers.
Je hebt in Vilnius twee soorten zwervers. Je hebt er-die zeer irritant-langs terrasjes lopen en op zeurderige toon om geld, eten of sigaretten vragen, en je hebt het type x91Swiebertjex92. Zwervers die met een lach en een act proberen wat te ontvangen van de mensen op straat.
Deze categorie kwamen we tegen bij het cafeetje waar we schuilden. De man heeft een baard van een paar weken, draagt een leren jack, en een geruit overhemd. Hij verkoopt onkruid, wat hij vervoert in een mandje op een (een verre van aftandse) fiets. Hij zingt luidkeels een lofdicht over Amerika. Een liter fles bier hangt aan zijn mond. We filmen en fotograferen hem, hij vindt alles best. Matthias beloont de man met twee sigaretten. Met een ferme handdruk nemen we afscheid van de man.
Zelfs op de laatste dag voor vertrek maken we weer iets vreemds mee. Ik had nooit kunnen be
vroeden dat we in deze twee weken in Litouwse zoveel zouden beleven. Ik neem met weemoed afscheid van dit prachtige land.
Rick
Litouwen (Nederland) vs Rusland
Vanavond gingen we met z’n allen de stad in om in een kroeg Nederland-Rusland te kijken. Na eerst gegeten te hebben vonden we een terrasje waar de wedstrijd op een grote beamer uitgezonden werd. Tot onze verbazing, want we zaten toch immers in een voormalig Russisch bolwerk…, was bijna het hele terras voor Nederland, op een man of vijf na. Toen het Nederlands volkslied kwam stonden Rick, Roland en ik op (Heleen en Matthias waren weg voor een tvreportage) en zongen mee uit volle borst. Daar kregen we luid applaus voor.
Helaas liep de wedstrijd niet zoals we wilden en toen Rusland het eerste doelpunt scoorde, brulden de vijf Russen luidskeels, terwijl de rest van het terras er stilletjes bij zat. Maar bij de gelijkmaker rolde een oorverdovend gejuich over het plein. Het was alsof de Litouwers nog meer voor Nederland waren dan wij! Natuurlijk brulden we mee (iets te hard, want ik ben nu behoorlijk hees) en het gejuich trok andere Nederlanders aan.
"Goh, zijn ze hier voor Nederland?? Ik hoorde het gejuich vanuit mijn kroeg, maar waar ik zit, zitten alleen maar Russen!", zei een Nederlandse voorbijganger die polshoogte kwam nemen. We nodigden hem uit, maar hij moest weer terug naar zijn vrienden.
Helaas bracht het tweede kwart van de verlenging een einde aan onze feeststemming. Het was oorverdovend stil bij de 2-1 en bij de 3-1 waren de Russen niet meer te houden. We schreeuwden nog terug dat ze zonder Hiddink niet zo ver zouden zijn gekomen en dat Nederland toch een beetje had gewonnen, maar het voelde zuur aan. Daar zaten we dan, met geschminkte gezichten en de Nederlandse vlag bij ons als enige echte Nederlanders tussen alle Hollandfans en het voelde alsof we het hele plein door ‘onze’ nederlaag in de steek hadden gelaten. We werden goedmoedig op de schouders geklopt; "Jammer, maar volgende keer winnen jullie!". En van de Russen kregen we een gratis biertje: "Hier, voor Hiddink".
We namen afscheid van een teleurgesteld plein. Nog nooit heb ik me zo thuisgevoeld bij een oranjewedstrijd als tussen deze ‘Nederlanders’. En dat maakt het toch nog een leuke avond.
Gewenning, sensatie en vernietiging van cultuur
Gewenning is een van de meest vervelende eigenschappen van de mens. Anderhalve week nadat ik vol verbazing op het balkon stond, me afvragend waar ik dit uitzicht aan had verdiend, hang ik nu x92s ochtends een beetje loom over de reling, zoekend naar die oude sensatie. Het toiletpapier gaat zonder problemen in de prullenbak; kraanwater slik ik niet meer per ongeluk in; zwalkende dronkaards laten me onverschillig; de gekke jood die voor ons balkon schuifelt en bekeerd, begint een museumstuk te worden; puntig Litouws gebrabbel prikkelt niet meer en er begint hier een ochtendritueel te ontstaan van koffie, ontbijt en tv. Ja, er begint zowaar een thuisgevoel te ontstaan, maar met een zeurend besef dat het over drie dagen over is, dat dit mijn thuis niet is en niet kan worden.
Gelukkig gebeuren er elke dag weer juist die dingen die voor een sensatie zorgen. De enorme stortbuien die de straten van Vilnius blank leggen, de geweldige mensen die we ontmoetten; de Amerikaan (x93from Hollywood, you knowx94), de Jezuxefet (x93Ix92m for Hollandx94), de concixebrge van het Aartsbisdom van Vilnius (x93goettentaagx94).
Vrijdag gaf op haar beurt ook weer een belevenis. Allereerst de stortbui die uit het niets kwam opzetten, waardoor we haast over de straten konden wildwaterkanoxebn, maar ook de avond was bijzonder vreemd voor mij. Ik ging namelijk naar het Rasosfestival dat Romuva hield, de paganistische religie van Litouwen. Met dit jaarlijks festival begon Romuva 41 jaar geleden. Rasos betekent dauw en met dit festival luidden ze de zomer in en danken ze de goden (Romuva is polythexefstisch) voor het afgelopen seizoen. Het festival vond net buiten Vilnius plaats op een heilige heuvel.
Toen ik aankwam was het festival al een half uur bezig. Links van een soort poort van gevlochten takken en bloemen stond een grote kookpot waar een kruidendrank werd bereid, rechts kraampjes met bloemen. Rond de tweehonderd mensen deden een rijdans om twee meipalen heen. In het midden stond een oude eik: de takken afgezaagd en volgehangen met bontgeschilderde nestkastjes. Vrouwen gekleed in vrolijk fladderende volksjurken en bloemenkransen in hun haar, mannen met hoge jagershoeden en groene of bruine volkskleding. Denk aan schilderijen van jagersfeesten. Tussen deze bonte volksverzamelingen leken de enkele zwartgeklede jongeren wel verdwaald, met hun gothiclaarzen, kettingen, bandshirts (van Pantera bijvoorbeeld) of dreadlocks. Ze werden net zo vrolijk in de rijdans gesleept als ieder ander, en deden net zo vrolijk mee.
Na de vrolijkheid begon de ernstige ceremonie: het altaarritueel. Onder gezang stak Jonas Trinkunas, de hoogste oudste, het hout op het stenen altaar aan. Twee jonge vrouwen brachten kannen met wijn en potten met zout: dankoffers voor de goden. Jonas sprak enkele woorden, die een jonge priester later voor mij vertaalde. Zoals het eerst geregend had, zo was het nu tijd voor het vuur. Het vuur moet de hele nacht blijven branden, zoals het de hele dag geregend had. Er moest harmonie, darna, zijn. Zo ongeveer waren zijn woorden. Harmonie in jezelf, met je naasten, met andere landen en met de natuur: dat is het basisprincipe van Romuva, vertelde de jonge priester mij.
Hierna was er een beurtzang tussen Inija Trinkuniene, Jonas vrouw, en de groep, waarna Inija een gebed uitriep naar de goden. Het gros van de aanwezigen stond wat verderop in groepjes te praten en te lachen. Laat het gewoon leuk blijven, zonder goden, dachten ze volgens mij. Het was ook deze schijnbare tegenstelling, tussen spirituele en culture folklore, die mij een dubbel gevoel gaf. x93Er is geen tegenstellingx94, zeiden Inija en Jonas nog enkele dagen geleden tegen mij. x93Ook nationalistische mensen eren hun land, hun natuur, zoals wij dat op een spirituele manier doen. Beiden eren door de natuur de goden.x94
Zonder dat ze het wisten liep ik daar rond als deel van de godsdienst die de Litouwse etnische cultuur had gepoogd te vernietigen; xfcberhaupt iedere etnische cultuur. Althans, dat was de mening van de twee belangrijkste mensen van Romuva: Jonas en Injija. Dit vertelden ze mij in het interview dat ik enkele dagen geleden met ze had. Zelf weet ik niet wat ik daar van moet denken. x93Monothexefsme is intolerant, duldt geen andere godsdienst. Door hun evangelisatiedrang vernietigen zij iedere culturele rijkdom die niet strookt met hun overtuiging.x94 Inderdaad, de Germanen leven niet meer in Nederland, hun cultuur is verloren gegaan. Of is het ontwikkeld? Is het verlies of vooruitgang? Moet dit aan ons christelijk geweten knagen, of kunnen we ons hierop laten voorstaan, zoals Govert Buijs bijvoorbeeld graag doet? En hoe zit dat dan met India of Afrika, waar evangelisatie de cultuur ingrijpend veranderd?
Graag een reactie.
Matthias
Vijf kilometer lopen met de zegen van een Pools vrouwtje
Donderdag stond Trakai op het programma. We zouden pas ‘s middags vertrekken, want Roland moest ‘s ochtends nog wat mensen interviewen voor zijn radiodocumentaire.
Benieuwd en met veel zin pakten we de trein naar Trakai. Sinds onze lange en ongemakkelijke reis naar de Kruisheuvel was alles daarbij vergeleken een ware luxe rit. Trakai zou maar een klein halfuurtje duren. In de trein vermaakten we ons door te kijken naar het landschap, de lokale bevolking (Rick vindt het leuk om de mooie meisjes op de foto te zetten) en trok Roland veel bekijks terwijl hij met de Marantz de treingeluiden opnam.
Na zo’n half uur reizen kwamen we volgens Roland aan in Trakai. Het stationnetje heette ook Trakai, maar er stond wel een woordje voor, dat we niet snapten. Zou wel iets zijn in de trant van Pitoresk Trakai, of Noordelijk Trakai. In ieder geval, we waren er, al zagen we nog niet de beloofde burchten en meren die volgens onze reisgids toch echt aanwezig waren. Het stationnetje had geen kaart, dus liepen we maar naar de grote weg. Ah, hier stond Traku, iets wat zoveel betekent als Grote Straat. We zaten dus goed.
We liepen de weg af en kwamen langs verwaarloosde appartementen, oude houten huisjes in felle maar vervaagde kleuren als geel, groen en paars en na tien minuten bij een klein winkeltje. Even wat water inslaan, want het was warm. Na onze aankopen gingen we weer naar buiten, waar een klein oud vrouwtje in een paarse bloemetjesjurk op ons afkwam. Ze begon tegen ons te brabbelen, maar wat ze zei verstonden we amper. We kwamen erachter dat ze Pools was en dat ze ons verwelkomde in haar dorp. Ook wees ze meerdere malen naar de zon. We knikten, ja het was warm. Toen begon ze in het Duits te tellen. Aha, of we Duits waren? Nein, Hollanders.
Oh…. Engels?? Njet, Hollandia, Niederlxe4nde…
Hmm, ze leek ons niet te begrijpen. Dan maar op de topografische manier: Polska, Deutschland, Niederland, wie Niederlxe4nder, zeiden we al gebarend.
Engels?? Njet, Nein, Niederlxe4nde. Al gebarend deden we ons best, maar waarschijnlijk had ze nog nooit van Nederland gehoord. Ze bleef vragen of we Duits of Engels waren en na tientalle pogingen gaven we het maar op.
Matthias, Heleen en Rick hielden het voor gezien en liepen weg. Maar het vrouwtje begon druk naar mij en Roland te gebaren, telkens wijzend naar de lucht. Toen ze uiteindelijk het woord Bog zei, viel het kwartje. Ze wilde ons zegenen. Ik knikte, zei Da, Bog, terwijl ik naar de lucht wees en het vrouwtje begon kruisjes te slaan, hief haar handen op, zei iets dat niet te verstaan was en eindigde met drie kushandjes die ze naar ons toeblies. Toen zwaaide ze met een brede glimlach en vervolgde haar weg.
Een kwartier later kwamen we erachter dat we bij het verkeerde station waren uitgestapt en dat de weg naar Trakai nog ruim vijf kilometer lang was. Een beetje mopperend keerden we ons om en begonnen aan de anderhalf uur durende tocht door de weilanden, bossen en kleine dorpjes richting Trakai. Maar wel onder de zegen van een Pools oud vrouwtje.
“I’m Dave, from Hollywood”
Matthias en ik hebben de vreemde eigenschap om samen rare mensen aan te trekken. Was het verhaal van de onbegrijpende priester nog vers in ons geheugen gegrift, mag ik u voorstellen aan weer een hele andere gekke man:
Zijn naam is Dave, Dave is Amerikaan, en niet zomaar een, hij komt uit Hollywood. Dave is ook een adhd’er en kan trommel spelen. Heel goed.
Dave kwamen we tegen op het plein voor de cathedraal. Hij liep naar ons toe en zei:"Hey guys, would you like to film me for a minute and then i pay you some money." De camera ging naar matt en in de camera riep de amerikaan, al trommelend: "Heeeereee, from…. Lithuaniaaaaaaaaa". Na die klus (zeker 1 minuut) stond de Amerikaan erop ons te trakteren op een drankje. Mat en ik hadden al minstens zo’n 5 kilometer gelopen (waaronder teveel traptreden) dus dat namen we aan. Echter, opeens was het geld van meneer Hollywood gestolen. Na een klaagzang van 5 minuten, "Oh, my god" "oh, no" " this has never happend to me" "oh, my", had ik het wel gezien. Terwijl ik onze eigen camera op stond te bergen dacht ik: matt, lets go, deze man zit ons te flessen. Maar opeens, slaakte de Amerikaan een opluchtingskreet en haalde een zak lager in zn broek een stapeltje biljetten tevoorschijn.
Op het terrasje van een soort pleincafe onderworpen wij Dave aan een vragenvuur. De man kwam dus uit Hollywood, speelde heel goed op de trommel, had al heel veel gereisd, in tv-series gespeeld en was nu bezig met een soort internationale Idols. "It’s like boom, boom, boom, every other city, beautiful..!" Oftewel, het moest een dynamische show worden waarin hij in elk land een talent opzocht. Elke aflevering stond in het teken van een ander land en diezelfde avond zou hij nog naar Polen vliegen. Dave vervolgde: "what a great job i have, travelling, having fun and still making money". Ik kan hem geen ongelijk geven. Nadat zijn sprite op was ("this doesnt taste like sprite, is this really sprite?") nam hij op bijna loffelijke manier afscheid van ons.
Enkele uren later, bijna thuis, zaten mat en ik te filmen toen ik een bekende, onmiskenbare stem hoorde. Met een grijns keek ik op en ja hoor, daar wastie weer. Dave. Toen hij ons ontdekte leek hij wel vervuld van blijdschap. Hij had inmiddels een nieuw ‘hulpje’ gevonden in een andere Amerikaan en zei tegen de man:"I know them, they are great!" en vervolgens verder tegen ons:"Ow, guys, how a coincidence that we meet each other again, this guy is an american and he’s showing me a new sight, but what a small world it is, how great! I wish you alllll te love, bye!!" En terwijl hij wegliep en ons kushandjes toezwaaide, keek hij nog meerdere keren om om "bye!" en "good luck" te zeggen.
Wat een vent, die Dave norwood en wat een leuke dag was dat…
Gr. heleen
Arm en Rijk
Vandaag zijn Rick en ik naar Wim Brauns geweest. Exe9n Nederlander die al ruim zestien jaar in Litouwen woont en daarmee de langstwonende Nederlander in Litouwen is. In 1989 werd hij wielrennercoach van het Litouws nationaal wielrenner team, maar na twee jaar hield hij het voor gezien. Hij had genoeg van het bobo-leventje en had in de maanden daarvoor gezien hoe verschrikkelijk de toestanden waren op het platteland. Geraakt door de armoede begon hij zich in te zetten voor de bevolking. Samen met zijn vrouw Irena kocht hij een huisje in Buklos, een dorpje zo’n veertig kilometer van Vilnius vandaan. Van de twaalf huizen in Buklos was er na de oorlog nog maar xe9xe9n huisje over. Wim is dus eigenlijk burgemeester.
In de afgelopen zestien jaar heeft Wim op zijn terrein een camping gebouwd. Daarnaast gebruikt hij zijn huis om kansarme kinderen op te vangen, waarvan de ouders vaak overleden zijn of zwaar alcoholist zijn. Deze jongeren worden door niemand geholpen, ze hebben geen opleiding en belandden vaak al erg jong in de criminaliteit, raken zelf ook verslaafd aan drank of plegen zelfmoord. Het zelfmoordcijfer in Litouwen is xe9xe9n van de hoogsten in heel Europa. Het zelfde geldt voor het aantal alcoholverslaafden.
Wim haalde ons van het stationnetje Rudiskes op en vertelde op de weg naar zijn huis al wat over de manier hoe de overheid omging met de armen op het platteland. Om het heel simpel te zeggen, er wordt geen vinger uitgestoken.
Eenmaal bij Wim kregen we een kort filmpje te zien over Wim’s leven, gemaakt door een andere student journalistiek die een paar maanden geleden bij Wim op bezoek was. Daarna vroegen we Wim de hemd van z’n lijf. Het is mooi om te zien hoe passievol iemand kan zijn over wat hij doet. Wim helpt de mensen vanuit zijn gevoel. Hij kan niet tegen onrecht en is een echt mensen-mens. Een oud vrouwtje dat slecht ter been is en voor het invullen van formulieren naar het zeventien kilometer verder gelegen dorp moet lopen, raakt hem diep. Maar de omstandigheden waaronder kinderen leven, raakt hem nog meer omdat hij zichzelf ziet in hen. Wim is geboren in de oorlog in een gebroken gezin en heeft geen liefde en geborgenheid gekend. Dat ziet hij terug in deze kinderen, vandaar dat hij hen opvangt, hen helpt op school en elke dag ruim 1,5 uur met ze erop uit trekt om te mountainbiken in de bossen of te hardlopen. Zie het even voor je: een groep van vijftien jongens en meisjes tussen de dertien en de achtien jaar met voorop een grijze man van 67 op een mountainbike door de bossen van Litouwen.
Diep onder de indruk verlieten we ruim twee uur later het huis van Wim. Een man die we niet snel zullen vergeten!
Esther
Wim samen met de jongen Vytas die hij sinds twee jaar opvangt.
Man-man, wife-wife, no…
Wat kunnen mensen toch onbeholpen mooi zijn.
De ups en downs
We zijn alweer bijna een week in Vilnius. Gezien alle posten van Rick is het dus ook tijd dat ik eens een post plaats.
Tot nu toe verloopt onze tijd met flinke ups en downs. Met name de impact van de brand van gisteren speelt nu nog door mijn hoofd. Wat leek op een normaal brandje in een bouwval, bleek toch dodelijk te zijn voor een man. We zagen rook vanaf ons balkon en vervolgens wat lichtflitsen. Nieuwsgierig gingen we naar buiten. Alleen Heleen bleef binnen, omdat ze al haar pyama aan had.
Toen we vlakbij het pand waren, zagen we veel vonken de lucht in vliegen. De stroomkabels van de huizen in Vilnius hangen boven de grond en zijn verbonden met de stroomkabels van de trolleybussen. Geen prettige plek dus om rond te hangen, maar vanwege de apart uitziende brandweerwagens bleven we toch in de buurt. Het leek op een aangesticht brandje, vermoedelijk door baldadige jongeren, want het was rond middernacht op een zondagavond. Vlakbij het gebouw zit ook een populaire bar-dancing. Maar toen er een busje van het ziekenhuis kwam, wist ik meteen dat het foute boel was. Even later tilden een paar brandweermannen een levenloos lichaam uit het ondertussen uitgebluste huis. Gelukkig was het gezicht van de man niet te zien, maar de verbrande onderarmen en verkoolde handen zeiden genoeg. Beelden die ik liever niet had gezien en niet snel zal vergeten.
Ondanks deze heftige gebeurtenis is er toch veel om van te genieten. Onze eerste twee dagen hebben we gebruikt om de stad te verkennen en te acclimatiseren. Vooral op de tweede dag hebben we een flink eind gewandeld. Als we terugkomen zijn we zeker allemaal vijf kilo kwijt, want je kan hier je benen uit je lijf lopen, zoveel valt er te zien. De vele kerken zijn al bijzonder, maar ook de parken en de verschillende straatjes en steegjes zijn een grote aanrader. Op elke hoek lijkt er wel weer iets bijzonders, aparts, droevigs of vermakelijks op je te wachten, klaar om je helemaal in te pakken met schoonheid of je met een harde klap je te raken in je hart.
Zo is het ook met de mensen hier. Een diverse groep, zeker tussen de jongere generatie en de oudere generatie is het verschil groot. Uiteraard leeftijd (duhhh), maar meer nog in de houding en kleding. De jongeren zijn over het algemeen erg trendy gekleed (een paar lopen nog in trainingsbroeken, dat zijn overwegend de Poolse jongeren en een aantal meiden kleden zich als goedkope Russische hoertjes), terwijl de oudere generatie (zo rond 50+) eruit ziet alsof ze van het platteland komen. Ronde omaatjes in donkerblauwe bloemetjesjurken, met een rood doekje om hun hoofd gebonden en de opaatjes in te lange donkere pakken, waarvan de mouwen over hun vingertoppen lopen en de zoom van het jasje tot aan de kniexebn reikt. Daaronder is een te lange vest (het liefst groen of geel) kennelijk ook erg geliefd.
En dan is er ook het verschil in houding. Waar de jongeren trots en arrogant rondlopen, loopt de generatie van 50+ hier overwegend met gebogen schouders, traag sjokkend alsof ze de hele wereld op hun rug dragen. Ook niet zo verwonderlijk als je hoort, ziet en leest wat hier zich allemaal heeft afgespeeld onder het Sovjetregime en de Duitse bezetting, maar het is wel apart om te zien hoe xe9xe9n generatie daar ook in lichamelijk vorm aan lijdt. Soms is het een meelijwekkend gezicht, op andere momenten lach ik weer omdat iemand er zo komisch uitziet. Maar bij alles is er dus dat gevoel van verdriet en pijn waar deze mensen mee te maken hebben en dat dus ook uitstralen. Het geeft me af en toe een onbehaaglijk gevoel.
De stad zelf is prachtig, gemeleerd, eclectisch en tegelijkertijd ook weer een eenheid. En dat maakt het voor ons eigenlijk erg moeilijk. We hadden verwacht dat de joodse samenleving erg zichtbaar zou zijn, maar dit is niet het geval. Er is een buurtcentrum, een synagoge en een aantal musea over de Tweede Wereldoorlog, maar daar blijft het bij. Zo is het ook met de armoede. In de stad zelf merk je er weinig van, op een paar zwervers na, maar zo in eerste oogopslag lijken er al meer te zijn op Amsterdam Centraal dan in heel Vilnius. In de trein naar de Kruisheuvel kwamen we door vele dorpjes en daar is wel een verschil te zien qua huizen, auto’s en omheiningen van stukken land. Maar als ik het vergelijk met het platteland van Wit-Rusland waar ik zelf een aantal jaren geleden geweest ben, dan valt het hier nog reuze mee. Ook als we de cijfers erop naslaan, lijkt het allemaal wel mee te vallen. Zeker ook in verhouding met andere voormalige oostbloklanden als Polen, Roemenixeb of Hongarije.
Het vinden van de juiste informatie, de juiste contacten en aan de hand daarvan het crexebren van een getrouw beeld is dus erg lastig, zeker als je ook de taal niet machtig bent en de gewoontes van het land niet kent. En dat laatste is ook niet bepaald in een paar woorden te omschrijven. Er wonen diverse groepen mensen hier met allemaal hun eigen gewoontes en gebruiken, maar tegelijkertijd lijkt er weinig onderscheid onderling te zijn. Het is als zoeken naar de naald in een hooiberg, maar nu ook nog eens naar xe9xe9n bepaalde soort naald.
Overigens wil ik niet het beeld scheppen dat het ons nu allemaal tegenzit, dat is absoluut niet zo. Wel hebben we ons verkeken op onze eigen gekozen thema’s (arm&rijk, hoe ziet het huidige joodse leven eruit in Vilnius, de sluiting van de grootste kerncentrale). Deze zijn alledrie erg groot en vragen veel research (iets wat we natuurlijk wel gedaan hebben), maar waarvan nu blijkt dat onze research niet genoeg was omdat we niet de juiste bronnen hadden, de juiste contactpersonen of dat de bronnen (zowel mensen als op papier/internet) niet compleet of accuraat waren.
Toch laten we ons niet ontmoedigen door deze tegenslagen, want juist ook weer door de gemeleerdheid van Vilnius, valt er nog genoeg om over te schrijven, te filmen en radio-items over te maken. Zo ga ik de komende dagen op pad en kijken wat voor leuks Vilnius allemaal te bieden heeft en link ik dit aan Vilnius Cultuurstad 2009.
Overigens kan ik de pokeraars onder jullie afraden om naar Vilnius te gaan. Texas Hold’em wordt hier in de casino’s niet gespeeld (alleen tegen het huis, of op een automaat, maar niet aan tafel). De enige pokervormen die ze hier kennen zijn Russisch Poker, Oasis Poker en 3-cardpoker waarbij je tegen het huis speelt. Ook is er weinig roulette te vinden en black jack. Alleen de slotmachines lijken hier in trek, die zie je praktisch op elke straathoek. Op dat gebied mag Vilnius zich dus nog wel ontwikkelen. Maar gelukkig kan ik me altijd nog vermaken via het internet
Nou, mijn post hou ik hiermee voor gezien. Aanstaande woensdag gaan Rick en ik naar Wim Brauns voor een interview en op donderdag gaan we met z’n allen naar Trakai. Dat belooft een mooie ervaring te worden.
Groetjes,
Esther
